“Corona? Dat is toch dat virus uit China?” In februari waren velen van ons, net als ik, nog vrij sceptisch over het virus. “Het zal allemaal wel overwaaien”.

Begin maart merkte ik toch meer rumoer over dit onderwerp. Op kantoor ging er geen dag voorbij dat het er niet over ging; collega’s lieten elkaar nieuwsberichten zien over Italië en andere buurlanden waar het virus toesloeg. Het kwam steeds dichterbij…
De directie bracht medio maart het hele kantoor bij elkaar en vertelde dat wij op maandag een stresstest zouden uitvoeren (een test om te controleren of alle IT systemen werken vanuit huis). Gelukkig was de test geslaagd, want het werd al snel duidelijk dat het niet om één dag zou gaan. Na die bewuste maandag werken we permanent vanuit huis.

De lockdown

In de dagen en weken die volgden werden de maatregelen strenger: de horeca ging dicht, afspreken in groepen werd een no go. Niemand kan er meer aan ontkomen: houd 1,5 meter afstand en blijf zoveel mogelijk thuis is alles wat de klok slaat. Deze maatregelen grepen mij aanvankelijk bij de keel. Mijn vrienden niet meer zien, niet meer samen sporten, niet meer uit eten. Wat ging ik dán doen?
Na een week merkte ik echter dat die rust mij -totaal onverwachts- in ieder geval voor het moment best goed deed. Al mijn plannen waren gecanceld, dus ik moest verplicht niks doen.

Thuiswerken

Thuiswerken brengt ook veranderingen met zich mee. Waar je normaal jouw collega’s op kantoor ziet in hun nette kleding, krijg je via een video call de meest comfortabele truien te zien. En make-up? Wat is dat ook al weer? Ook zie je de kinderen van jouw collega’s op beeld en hoor je op de achtergrond “kijk mama, ik heb Peppa Big getekend!”
Daarnaast boosten de video calls online bestellingen. “Hé, dat boek dat achter jou ligt, is dat de moeite waard?” en “Wat een leuke plant! Hoe heet die soort? Die wil ik ook!” We kijken allemaal letterlijk meer in elkaars privéleven.

Menselijk contact

We zitten inmiddels in week 9 en ik merk dat het verplicht niets doen helemaal niet zoveel rust meer geeft. Ik word ongedurig. Het duurt te lang. Ik mis mensen. Familie, vrienden, collega’s. Hoogleraar Sociale Psychologie Paul de Lange geeft aan dat menselijk contact bijna net zo essentieel is als water of voedsel. “We zijn geen geboren kluizenaars. Maar juist in tijden van onzekerheid, angst en stress is interactie met andere mensen onontbeerlijk. Als buffer tegen de werkelijkheid.” Laat dat nou precies hetgeen zijn wat (tijdelijk) wegvalt nu.

De vreugde die je krijgt wanneer je een leeg tafeltje in de zon spot op een vol terras, een barbecue met een groep vrienden, binnen een minuut de supermarkt weer uit zijn nadat je iets bent vergeten, een sportlesje volgen en met anderen lachen om je gestuntel… Opvallend hoeveel waarde je hecht aan dingen die eerst zo vanzelfsprekend leken om te doen.

Veranderingen

Maar hoe gaat het eraan toe als we straks allemaal weer naar kantoor mogen? Is alles dan anders? Is er een vernisje weggevallen? Is je kantoorkledingstijl vermengd met die van thuis? Ga je anders met elkaar om? Heeft het zoontje van jouw collega een tekening voor het team gemaakt? Of komt jouw collega met een plant aanzetten voor jou? Van Lange geeft aan dat veel Nederlanders voor het eerst in hun leven een situatie van collectieve kwetsbaarheid beleven. Dat zorgt voor een unieke ervaring van sterke lotsverbondenheid. Je merkt het al bij het goede nieuws van Rutte afgelopen week: langzaam maken we stapjes om een weg te vinden in de 1,5 meter samenleving. P.S. Heb jij al een afspraak staan bij de kapper?
Samen hoop krijgen verbindt onze blijdschap weer. Toch een fijne bijkomstigheid van zoveel narigheid. Stiekem hopen we dat dit harmonische gevoel zo lang mogelijk standhoudt. Ik ga in elk geval proberen het zo lang mogelijk vast te houden. Jij ook?