Een palet aan testers

Naar overzicht

Onder mijn naam aan de rechterkant van deze blog staat mijn functietitel: ‘tester’. Eigenlijk zegt dit niet zo heel veel, behalve dat ik dingen test. Het vertelt niet wat ik test, hoe ik test of waarom ik test. En geloof me: dit kan per tester enorm verschillen. Daarom neem ik je in deze blog mee langs drie soorten testers die ik in het afgelopen half jaar heb ontmoet.

Eigenlijk zegt dit niet zo heel veel, behalve dat ik dingen test. Het vertelt niet wat ik test, hoe ik test of waarom ik test. En geloof me: dit kan per tester enorm verschillen.

Allereerst is er de tester in mijn eigen testteam. Samen voeren wij FATs uit: functionele acceptatietests. Een acceptatietest is, de naam zegt het al, een test voor het al dan niet accepteren van (een wijziging in) een IT-product. Vragen die daarbij een rol spelen zijn: Is het nieuwe product beter dan het huidige product? Vallen er geen applicaties om als we dit product naar alle werkstations uitrollen? En is het product goed te beheren? Wij voeren de functionele acceptatietests uit door op verschillende computers steeds precies dezelfde (functionele) handelingen uit te voeren. En als blijkt dat het product niet voldoet aan de verwachtingen, dan sturen we het terug naar de softwareleverancier en moeten zij het aanpassen.

Een heel ander soort test is bijvoorbeeld de usability test. Deze wordt veel toegepast binnen de GAT, ofwel gebruikersacceptatietest. Op mijn afdeling bestaat een team dat mobiele apps bouwt en de tester in dat team checkt onder andere hoe gebruiksvriendelijk deze apps zijn. Hierbij vraagt zij zich af of de applicaties logisch in elkaar steken en hoe ze worden ervaren. Ze test dit door de apps simpelweg voor te leggen aan gebruikers en hen opdrachten te geven (‘probeer uit te vinden hoe je in deze app je wachtwoord verandert’) en directe vragen te stellen (‘wat vind je van de kleuren en de lettertypes in deze app?’).

Verder ontmoette ik vorige week een testtool engineer. Ik nam deel aan een training over testautomatisering en kwam erachter dat dit echt een vak apart is. Als testtool engineer sta je niet in dienst van de gebruikers van applicaties, maar in dienst van de tésters van applicaties. De testtool engineer programmeert testscripts die de testers vervolgens kunnen gebruiken om hun testen uit te voeren. In een testscript staat dan bijvoorbeeld (in code): ‘Open de browser. Ga naar website huppeldepup. Klik op een invulveld, kies een waarde en klik dan op de button. Vergelijk de uitkomst met de bijbehorende waarde in de Excelsheet.’ Als er op de website maar één invulveld is met maar twee waardes, kun je dit prima met de hand doen. Maar stel je voor dat er op de website twintig invulvelden zijn, met stuk voor stuk dertig optionele waardes. Dat wordt een hels karwei. Tenzij je het geprogrammeerde testscriptje laat draaien dat het binnen een paar minuten voor je fixt! Ideaal.

Als je dacht dat het bij deze paar testers ophield, heb je het mis. Er zijn ook nog testanalisten, testcoördinatoren, testmanagers, testconsultants, testprofessionals, Agile-testers… Wil je daar meer over weten? Ik zie graag je vragen tegemoet!

Onze opdrachtgevers